Gevaar

Het is dat korte ogenblik, die ene frame in een seconde beeld, dat je het voelt, zonder dat je hebt gekeken. Die korte huivering langs je ruggengraat. De siddering die je voelt, zonder dat je weet waarom. Dat kortstondige gevoel van ongemak. Je tast nog in het duister, maar je onderbewuste weet het al: er komt gevaar aan.

Het is een stralende zomerdag. Op het kleine naaktstrand aan het meer in de buurt van Utrecht liggen blote mensen te genieten van de zon. Kinderen spelen aan de waterkant in het zand en het ruikt naar pas gemaaid gras en zonnebrandolie. Het is een uur of half twaalf. Voor mij ligt een vuistdik boek over Vikingen. Het is prachtig geschreven, maar vandaag heb ik moeite mijn ogen open te houden. Het warme weer maakt me slaperig. Net als ik het boek wil wegleggen om een klein hazenslaapje te doen, raast de vermoeidheid weg, ben ik klaarwakker èn op mijn hoede. Ik kijk rond, maar zie niets. Ik probeer me weer te concentreren op de bladzijdes, maar dan zie ik vanuit mijn ooghoek iets wat mijn aandacht trekt, iemand die me bekend voorkomt. Die katachtige tred, de zwarte haren en een korte zwarte baard. Ik voel het kippenvel over mijn lichaam en het bloed uit mijn gezicht trekken. Nee, dat kan hem niet zijn.

Eigenlijk durf ik niet goed te kijken. Stel dat het hem wel is? Stel dat hij me ziet, hoe gaat hij dan reageren? Gaat hij me negeren, zoals hij dat al acht jaar doet? Dat wat me nog het allermeeste kwetst. Of?

Het eerste antwoord is meestal het juiste. Als hij het echt is dan zal hij me pijn doen, pijn willen doen, genieten van mijn pijn. Hij zal het me laten voelen. Nog weken. Nog maanden. Eigenlijk zal de pijn niet weggaan. Is de pijn nooit meer weggegaan.

Ik voel me opeens ongemakkelijk onder mijn naaktheid. Normaal voel ik me sterk. Niet omdat ik vind dat ik een mooi lichaam heb, in tegendeel. Nog altijd het gepeste meisje van vroeger: ‘dikzak’, ‘bolle’. Als ik foto’s van mezelf van vroeger bekijk, zie ik een normaal kind, een leuk, vrolijk kind. Ja, iets steviger misschien, langer, maar zeker niet dik. Altijd aan het sporten, bewegen. Een gevoelig, beschermd opgevoed kind dat een makkelijke prooi was voor pesters. Ik voel me normaal sterk in mijn naaktheid, mijn eigen lichaam geaccepteerd, de ontwikkelde spieren die bewegen onder mijn huid, de soepelheid en lenigheid van mijn lijf. Maar opeens wil ik mijn pareo omslaan, mijn borsten bedekken, mijn gezwollen tepels verbergen. Ik voel mezelf nat worden. De gedachte aan hem maakt me geil. Nog altijd. Garantie op succes. Hij, geil.

Zal ik toch even kijken? Gewoon om mijn twijfel weg te halen? Maar als ik kijk dan zal hij mijn ogen in zijn rug voelen prikken. Als ik één ding zeker weet dan is het dat die onzichtbare draad die ons samen verbindt nooit zal verdwijnen. De gedachte dat hij nu misschien zo dicht bij me is, verlamt me. Kan ik in het dagelijks leven goed functioneren wetende dat hij minimaal tachtig kilometer van me verwijderd is, nu hij zich misschien op nog geen vijftig meter afstand van mij bevindt, raak ik volledig van slag. Ik moet weg. Nu! Ik grijp mijn portemonnee, mijn telefoon, sla mijn pareo om en loop richting de kleine uitspanning waar koffie, broodjes en snacks worden verkocht. Ik bestel een kopje koffie en een broodje kroket, ga op het terras zitten en kauw zonder te proeven. Ik moet tot rust komen, relativeren. Die man kan niet ‘mijn’ man zijn. Niet op mijn strand, in mijn buurt. Waarom laat ik mij zo uit mijn evenwicht brengen?

Mijn gedachten gaan terug naar acht jaar geleden, dat ene cruciale moment waarop we elkaar niet begrepen, in het donker tastend naar de draad die ons verbond, maar die we beide niet konden vinden. Het werd te duister, voor ons allebei. Pas na maanden vond ik bij mezelf het uiteinde aan mijn kant van de draad en pakte het op. De draad terug volgend naar hem. Ziek van gemis, vol van hoop. Hij wees mij niet af. Hij zweeg. Hij zag het uiteinde van zijn draad en trapte er welbewust op. Mij negeren was makkelijker voor hem, pijnvoller voor mij en dat was wat ik moest voelen, pijn. Hij genoot ervan.

Genieten van mijn pijn, al acht jaar… Ik voel iets kolken in mijn brein, een kleine beginnende boosheid. Wat doet hij hier? Het is mijn strand! Ik heb het recht hier te zijn, niet hij. Laat hem lekker op zijn eigen strand gaan liggen. Ik wil de zon op mijn billen voelen, me laten meevoeren in mijn prachtige boek, ik laat me niet wegjagen. Ik ga hèm negeren. Net doen of ik hem niet zie. Dwars door hem heen kijken als ik straks langs hem loop om te gaan zwemmen. Hij is mijn blik niet waard, de indringer!

Ik leg mijn handdoek recht en probeer me weer op mijn boek te concentreren. Een uurtje later zoek ik verkoeling in het water en trek een paar baantjes. Als ik langs zwem kan ik door blauwe glazen van mijn zwembrilletje goed gluren. Ik zwem wat langzamer en tuur zijn kant op. Hij ligt met zijn rug naar me toe. Ik kan het nog steeds niet met honderd procent zekerheid zeggen. Drijfnat keer ik, met opgeheven hoofd, terug naar mijn handdoek. Ik droog me af, borstel mijn natte haren en loop naar het kleine sanitair gebouw. Ik plas, veeg af en net als ik het toilet wil verlaten, grijpt een sterke hand mijn bovenarm en duwt me terug de wc in. Ik wil gillen van schrik, maar de hand voor mijn mond smoort mijn kreet. Ik wil me omdraaien om te kijken, maar de hand die om mijn bovenarm omklemd, grijpt nu in mijn haren en hard! Met kracht word ik op mijn knieën gedrukt. Mijn borsten drukken tegen de koude rand van het toilet. Ik voel angst en tegelijkertijd een bekende vertrouwdheid. De geur van zijn huid, van zijn eau de toilette, de zelfverzekerdheid van zijn gebaren. Zonder zijn hand van mijn mond te halen doet hij me een blinddoek om. De rust in mijn lichaam keert terug. Mijn hartslag gaat omlaag. Hij haalt zijn hand van mijn mond, helpt me iets omhoog en laat me op de toiletpot zitten. Zijn eikel drukt tegen mijn lippen. Gaat hij me dwingen mijn mond te openen of wil ik hem graag in mijn keel voelen. Even weer mijn twijfel. Is het hem echt? Wil hij mij ook voelen? Of wil hij mij opnieuw de pijn laten voelen als hij me straks weer verlaat?

Ik open mijn mond en hij drukt zijn stijve pik diep mijn keel in. Ik moet bijna kokhalzen. Heb ik dit ooit echt fijn geworden? In een reflex wil ik me terugtrekken, maar hij houdt me stevig vast en neukt mijn keel in hoog tempo. Ik hoor hem zwaar ademen. Is dat zijn adem? Is hij dat? Zijn eikel klopt diept in mijn keel en ik weet dat als hij nog even doorgaat hij klaar zal komen. Wil hij dat in mijn keel?

Hij trekt zich terug. Helpt mij opstaan, draait mijn rug naar zich toe en laat me bukken. Ik had me zo graag staand laten neuken door hem. De warmte van zijn adem bij mijn oor. Mijn stijve tepels tegen zijn borstkas. De hoop op een lief woord. Dat hij me gemist heeft. Me terug wil. Of ik dat ook wil? Of ik hem net zo heb gemist als hij mij. Dat hij me alleen nog maar pijn zal doen als hij me neukt. Alleen pijn als hij zich mijn lichaam toe eigent.

Hij ramt zijn pik hard in mijn kut. Zijn handen omklemmen mijn borsten en hij knijpt venijnig in mijn tepels. Ik streel mijn clitoris en voel een eerste warme golf me overspoelen. Normaal zou hij nu stoppen. Hij zou me willen zien klaarkomen, maar nu neukt hij door in de het kleine benauwde hok dat ruikt als het toilet op een camping; een gronderige ammoniaklucht. Een warme klodder valt in mijn bilspleet. Spuug. Zijn vinger draait kringetjes bij mijn anus, maar de tijd die hij normaal gesproken nam voor het oprekken, neemt hij niet. Hij trekt zich terug uit mijn kut, zet zijn eikel tegen mijn anus en duwt in één keer door. Ik wil het uitgillen van de pijn, maar dat heeft hij voorzien en smoort mijn kreten door drie vingers in mijn mond te stoppen. Ik proef het zout. Ik proef de pijn. Hij stoot, diep, fel. Ik zie inmiddels sterretjes en mijn benen trillen. Hij ramt door en dan hoor ik hem kreunen en voel hem schokken tegen mijn billen. Hij is klaargekomen.

Ik wil in zijn armen genomen worden, gekust worden. Met een ruk trekt hij de blinddoek van mijn hoofd en ik hoor de deur van het toilet dichtvallen. Niks. Hij is weg. De geluiden om me heen voelen als een andere wereld. De kinderen die plezier maken bij de kleine fonteintjes. Het doortrekken van de wc’s, het geroezemoes van de gasten bij de kleine uitspanning. Ik probeer mijn evenwicht terug te vinden. Koel mijn wangen bij de wasbakken met koud water en fatsoeneer mijn verwarde natte haren. Ik loop terug naar mijn handdoek en dan durf ik te kijken, naar hem. Ik zie hem. Het is hem! Op dat moment draait hij zich om en kijkt me recht in de ogen. Zijn lichtgroene ogen met bruine spikkels. Zijn gezicht vertoont geen enkele emotie terwijl ik vastgenageld aan de grond naar hem blijf staren. Hij draait zich weer om en gaat op zijn rug liggen. Ik pak mijn spullen op en verlaat het strand.


Over Stefanie van Kasteel

Dit verhaal is geschreven door Stefanie van Kasteel, bekend van boeken De Kunstenaar, De Vlucht en Duna. Stefanie schrijft romantische porno en sexy sprookjes. Maak kennis met haar wereld via de verhalen op Club le Duc:

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven