Spanning

Letiva

Was haar lichaam niet altijd een vreemde voor haar geweest? Hoe ze zich al zo lang zorgen maakte om die ogen, tanden en lippen, al die huid die niet van haar was, maar van iemand net niet helemaal als zij aan de andere kant van het glas, ze herinnerde zich de cassettebandjes uit haar jeugd, zij en haar zus die hun stemmen hadden opgenomen, maar daarna alleen onbekenden hoorden, niemand lijkt op zichzelf leek ze nu te moeten denken, foto’s en spiegels liegen, een lichaam komt pas tot leven wanneer iemand zichzelf niet meer herkent, wanneer een sluipende vervorming en onbekende pijn al die eerder veronachtzaamde spieren en zenuwen onthullen.
Daarom dacht ze die eerste maanden vaak terug aan de enige pvol l periode in haar leven toen ze werkelijk ziek was. De longontsteking tijdens tijdens haar eerste studiejaar. Een gevolg, waarschijnlijk, van te lange nachten en te veel achteloze glazen, wat had ze zich op haar studie, op haar nieuwe leven verheugd. Ze wilde op straat zijn, in haar eigen kleine kamer boven de naaimachinewinkel, in de kroeg, en niet in een ziekenhuis met een geselend rillend lichaam en een bakje voor haar vuile slijm. Net als nu voelde ze zich verraden en benadeeld, haar benauwde borst was een brandhaard, dreinend en zeurend als de kinderen die ze nog lang niet wilde. De enige andere in haar zaal was een rumoerig ademende bejaarde man die op een gegeven moment werd opgehaald en niet meer terugkwam, ze wilde het allemaal niet weten. Aan niemand had ze verteld dat ze in het ziekenhuis lag, ze wilde geen bezoek. Wat was ze kwaad geweest, in plaats van te moeten rusten onder wee ruikende lakens en dekens had ze in een heet bed met een jongen kunnen liggen, eigenlijk hele nachten kunnen doorhalen met een naakte, hongerige jongen om langzaam zijn lichaam langs te gaan, de plekken te plagen die hem luid en bezitterig maakten en hem te laten ontdekken waar ze zijn handen en tong het liefste had.


’s Nachts, na het bezoekuur en de eindeloze voetstappen van de verpleegsters op de gangen, probeerde ze zich te vingeren. Het lukt niet, haar gehoest en zorgelijk bonzende hart verstoorde elke geile gedachte, maakte een zieke van haar, te zwak en aangedaan om schijnbaar ooit nog klaar te komen.
Het ziekenhuis, maar ook alle frustrerend brakke dagen daarna waren een verspilling van haar lichaam dat al zo veel anderen had opgewekt en nog zo veel zou veroorzaken. Drank en zonneschijn, strelingen en eten: weinig anders zou haar voortaan mogen raken, haar lichaam mogen overheersen.
Na een half jaar met Lennart, al in de tweede week na hun eerste nacht dachten ze er al niet meer aan om zonder elkaar te slapen, wist ze dat ze zwanger van hem zou worden. Hij woonde groter, maar zij leuker, hij zette zijn lange tafel te koop, de groende bank die hij van zijn ouders had gekregen, er moest een kast bij voor zijn kleren. Zijn vrienden zeiden dat ze hem eindelijk eens op een plek bezochten waar hij werkelijk woonde.
Bang zonder de pil, een oude angst blijkbaar die ze de eerste tijd niet kon bezweren. Ze probeerde hem gerust te stellen, gaf aan dat hij haar gewoon mocht aanraken, dat hij zich niet hoefde in te houden. Maar hij aarzelde, ze kon niet peilen of schroom of spanning dit bij hem veroorzaakte, of hij zoals zij twijfelde over het kind dat ze gingen maken. Ze pijpte hem net iets langer, hijgde net iets luider in zijn oor en zette haar tanden in zijn schouder, iets wat ze alleen tijdens hun eerste dagen weleens had gedaan.
Keer op keer werd ze ongesteld en ze merkte dat hij weer ontspande. Hij durfde haar weer halfverwege op haar buik te dwingen, haar billen te spreiden, haar met hardnekkige zwijgen jaloers te krijgen op zijn uitzicht.
Achteraf kon ze precies aangeven wanneer ze zwanger was geworden. Even dacht ze nog te kunnen volhouden dat het niets veranderde, dat het haar niet aanging, maar ze voelde haar lichaam al meewiegen, meebewegen met wat er in haar groeide. Ook haar uiterlijk leek onmiddellijk veranderd, vrienden merkten van alles op, elk gebaar en elke oogopslag leek voortaan vooruit te moeten wijzen, niets van wat ze deed mocht meer bij haarzelf eindigen. Haar gezicht werd een voorstudie van de mond, neus en ogen van de binnendringer die net als de longontsteking een besmet gebied van haar lichaam had gemaakt.
Lennart leek haar de tijd te geven om te wennen, iets wat ze te laat besefte om hem nog voor te kunnen bedanken. Hij lette op haar, maar ze voelde zich niet te veel bekeken, hij complimenteerde haar wellicht iets meer, bood wat vaker aan iets te dragen of uit te voeren, bij het betreden van ruimtes merkte ze dat hij haar voorging, hij werd haar eigen voorhoede die voortaan aan kamers op comfortabele zitplaatsen selecteerde, obstakels verwijderde die haar plotselinge pad naar de wc zouden kunnen belemmeren. En hij wachtte op haar in bed, liet haar het initiatief en het tempo. Ze hoopte zijn vertrouwen niet teleur te stellen, wilde de nieuwe situatie niet aan een amoureuze verkoeling vastklinken, niet toegeven aan mythes over slaapkamer verbanningen en treurige aftreksessies, daarom hield ze bij hoe vaak ze hem per week aandacht gaf.
Het enige wat hij wilde was elke week een nieuwe foto van haar buik. Maar ook hierop drong hij niet al te zeer aan, waardoor het even duurde voordat hij van haar zijn eerste foto mocht maken. Hij had een lege plek in huis uitgezocht, ze moest voor de enige lege muur gaan staan met haar kleren net boven haar buik trekken. Met de camera die hij voor de gebeurtenis van zijn eerste kind had gekocht schoor hij meerdere beelden, waarvan zij haar favoriet mocht uitkiezen. Hij zou er een album van maken. Zijn manier om haar duidelijk te maken dat hij vooruit keek, voor haar en de naderende onbekende zou zorgen. Haar lichaam leek vooruit te hollen, terwijl haar gemoed traag bleef, behoudend. Alle woeling vermoeide haar, ze werd het beu elke fysieke verandering met een emotioneel passende respons te moeten beantwoorden.
Vlak voordat ze naar Italië gingen had hij de gordijnen gesloten voor zijn wekelijkse foto. Ze was benieuwd, wachtte met te vragen naar het waarom ervan. Zijn uitrusting had hij inmiddels uitgebreid, een statief en een grote flitser hielpen haar duidelijker vast te leggen.
Ze moest grinniken toe hij haar vroeg haar jurk iets hoger te trekken. Vanwege het warme weer had ze haar benen bloot gelaten, nog niet eerder had hij haar zo naakt in beeld gebracht.
De stof moest nog iets hoger van hem, daarna nog iets en haar bh verscheen. Ze zag zijn broek bij zijn kruis straktrekken. Zonder zijn instructies af te wachten trok ze haar jurk toen uit. Altijd had hij haar van opzij gefotografeerd, maar nu vroeg hij haar om recht voor de camera te gaan staan. Ze draaide zich naar hem toe, let haar handen op haar heupen rusten.
-Mag ik je borsten zien?
Cattivo, dacht ze. Eindelijk.
-Welke?
-Maakt niet uit.
-Je moet kiezen.
-Dan je linker.
Ze tilde de zware borst uit haar bh, deed daarna haar handen weer in haar zij. Klik na klik klonk uit de camera. De flits verblindde haar. Ze vroeg zich af hoe lang hij zich hier al op had verheugd, of hij had geoefend op zijn woorden., op de manieren om haar hiertoe te overtuigen. Ze schoof haar onderbroek van haar heupen, wierp de zware stof in zijn richting, waardoor de camera alleen maar bezetener kwetterde. Zijn ademen ging over in hijgen. Ze merkte dat ze nat was geworden, vroeg zich af wanneer hij zich ook zou uitkleden. Haar bh haakte ze los, ze raakte werkelijk nieuwsgierig naar de foto’s, naar het contrast van haar donkere tepels, ze vroeg zich af of ze er even groot en sterk op zou lijken als ze zich voelde, kort sloot ze haar ogen, er stond een raam open ergens, daarna keek ze hem recht aan.
-Nu moet je je haasten.
-Waarom?
-Te veel gepraat. De tijd is om.
Ze liep op hem af, greep zijn mond met haar mond, legde zijn handen op haar borsten.
Daarna, op het bed waar ze waren geëindigd, de lakens ontdaan en bezweet, pakte ze nog eens zijn handen om die het gewoel van hun kind onder de huid van haar buik te laten volgen.
-Zal het gaan straks, zo lang in een auto?
-Waarom zou het niet gaan? Ik, wij, we hebben nog wel even.
-Niet heel erg lang meer.
-Lang genoeg.
-Als je voeten moe en te warm worden, vraag ik om een emmer ijs.
-Als je ijs zegt, moet ik aan cocktails denken.
-Sorry.
-Daar kun jij toch niks aan doen?
-Erna kun je wat drinken.
-Zo erg mis ik het niet.
Buitenlucht door het open raam deed de dichte jaloezieën ratelen, ze probeerde zich te herinneren of ze te veel lawaai hadden gemaakt.
-Misschien hadden we toch nog een koffer moeten kopen.
-Niemand gaat onze rugzakken vreemd vinden.
-Rugzakken in een viersterrenhotel.
-Het voelt als drie.
-We betalen voor vier.
-Onze laatste vakantie voorlopig met zijn tweeën.
Ze schrok van het gebrek aan weemoed en spijt in zijn stem, alsof de opheffing van hun eenheid er niet toe deed, alles hetzelfde bleef, gewoon, haar huidige lichaam tijdelijke tussenvorm slechts van een norm die al langer geleden was ingesteld. Ze kroop onder zijn linkerarm, dicht tegen hem aan om van woorden weer gebaren te maken.
Na Italië was er niets, niets zou ze laten gebeuren.

Hotel Acacia lag op een van de heuvels rond Levanto, wanneer ze op de rand van het terrein stonden, keken ze uit over de stenen daken van de krappe stad, knepen ze hun ogen tot kieren vanwege de flitsen op de rimpels van de groene zee.
De eerste dag had ze vooral geslepen. De warme, onverwacht trage reis had haar afgemat. In Zwitserland waren ze allebei te verveeld en vermoeid om nog verder te rijden en ze vonden een pension in een dorp vlak voor de tunnel. Ze sliepen uit, hadden hun bagage niet uitgepakt, ze kleedden zich na het douchen in hun kleren van de vorige dag, ze had zelfs haar lenzen die nacht niet uitgedaan.
De foto’s klopten, maar hadden even correct geleken voor ieder idyllisch hotel op een bont gegroeide Italiaanse heuvel.
Lennart had naar de receptie gebeld om iets te eten op hun kamer geserveerd te krijgen. Ze zat op bed met een bord op nhaar buik, kauwde op haar brioche, dronk de helft van haar koffie, stapte daarna over op thee.
-Je mag op het balkon wel even roken, het is vakantie.
-Nee, echt niet.
-Dan kan ik naar je kijken, dan rook ik zo een beetje met je mee.
-Echt niet. Ik heb niet eens sigaretten bij me.
-Heb je al naar beneden gekeken? Ze willen anders vast iemand sturen om ze te halen.
-Hou op.
Terwijl zij op de kamer haar lichaam overgaf aan een middagslaap, had hij bij het zwembad gezeten. Tijdens een onderbreking van haar siësta, ze had over levende lappenpoppen en haar oude school gedroomd, ging ze op het balkon ban hun kamer zittenen keek toe hoe hij kalme baantjes in het zwembad trok. Zijn handdoek herkende ze vlakbij twee jongere vrouwen, een blonde en een donkere, die allebei hun telefoon in de vouw van een opengeslagen boek bewaarden. Ze droegen bikini’s en knikten naar hem toen hij langsliep op weg naar zijn ligstoel. Hij droogde zich af, ging daarna liggen en gebruikte de handdoek als een gezichtsbedekking tegen de zon. Ze vroeg zich af of hij dit deed om zijn blik te bedwingen, om al te verdachte van zijn mannelijkheid af te zwakken. De jonge vrouwen lazen en rustten, één dwalend oog meer of minder zou hun introversie niet verstoren. Misschien voelde hij haar aanwezigheid, had hij haar van die afstand gespot en voerde hij zich nu kuiser op dan hij voor zijn zwemmen was geweest. Ze zocht hoe dan ook het wijde bed weer op, sloot de terrasdeuren om de koele lucht binnen te houden, ze wilde uitgerust aan het diner verschijnen. Het hotel moest een restaurant hebben, zodat ze niet elke avond door de stad hoefden te banjeren voor een maaltijd. Een trap omlaag, de gang door langs de receptie, langs de rechte rijen wit gedekte tafels naar buiten, naar het terras met de zee in de verte. Haar jurk, te duur, maar ze zou hem erna weer verkopen, had ze voor die eerste avond bewaard. Ze was een bezienswaardigheid, een die ze bewust met deze jurk wilde uitlokken, niet voor het eerst schoot haar de Venus van Willendorf te binnen, het inzicht dat mannen daar zo fel  op een karikatuur reageren, tijdens die gang van kamer naar tafel leek even alles rond aan haar, bezat ze de onvermijdelijke blik van iedere man die ze passeerde. Hopelijke keek niemand omlaag naar haar dikke enkels en worstelende voeten, de niet passende platte zolen van haar saaie sandalen. Toen ze uit de badkamer was gekomen had Lennart gegrijnsd, haar vastgehouden en gezoend, ze vond het jammer dat haar buik haar belemmerde om tegen hem aan de schuren, die harde plek op zijn heup te vinden net ter hoogte van haar clitoris. De zee, de rommelige en stroperige geur  van allerlei bloemen waar de namen niet van kende, het zomeravondgekras van de krekels, ze verlangde ongelooflijk naar een glas wijn, een sigaret en haar blote voeten op zijn onrustige schoot. Lennart zei weinig, was bezig met haar comfort, of ze goed zat, dorst had, nooit zou haar besef dat hij haar dromen begeerten niet kon raden vrij zijn van teleurstelling.
Ze bracht een punt van het tafellaken naar haar neus en dacht aan haar vader die altijd zo graag in restaurants kwam, elk jaar spaarde om zijn gezin minstens twee keer per jaar echt goed te laten zitten en eten wanneer het weer zover was aan tafelschikking deed, de grootte van glazen uitlegde, uitweidde over de gehoopte logica van de geserveerd gangen. Eerst rook ze nog de tuin, daarna stijfsel en azijn, de geur die haar herinnering altijd van wit katoen zou blijven.
Een serveerster kwam hu bestelling opnemen. De jonge vrouw sprak hen in het Engels aan, maar haar accent klonk niet Italiaans. Ze wist dat Lennart te nieuwsgierig zou zijn om niet naar haar herkomst te vragen, ze bleek uit de Oekraïne te komen. Ze had ook even in Nederland gewoond, in Rotterdam, en al geraden dat hun nieuwe gasten uit dat land afkomstig waren. De Oekraïnse noteerde hun wensen voor water en wijn, wanneer ze terugkwam zou ze hun het menu uitleggen.
-Waar kwamen die meiden vandaan, vandaag bij zwembad?
-Finland! Op de vlucht voor de kou, I guess.
Hij had zonder aarzeling of omweg geantwoord en dat stelde haar gerust.
Vis, vis, en nog eens vis, wat anders, en niet te ingewikkeld, ze keek uit naar de gramigna met octopus, naar de spada, ook verheugde ze zich op de zuppa inglese, dat voelde nog altijd nieuw, de zwangerschap had haar culinaire verlangens onverwacht sterk gesuikerd.
Aan de tafel naast hen kwam een man zitten. De serveerster vroeg hem of hij die avond alleen was en hij knikte bevestigend, het bestel en de glazen tegenover hem werden afgeruimd, in accentloos Nederlands zei hij opeens goedenavond in hun richting.
-Waarde landgenoten, verder zullen jullie van mij geen last hebben. Geniet van jullie avond.
Hij was ouder, legde een boek op tafel, daarna gaf alles wat om hem lag een net iets andere plek, van de niet gebruikte stoel tegenover hem tot het aardewerken kommetje voor het zout en zijn servet, ze moest moeite doen om niet te staren, om de routineuze rusteloosheid van de man niet in detail te observeren. Hij laat zicht gelden, dacht ze, het moet allemaal van hem zijn, alles moet zijn hand en invloed voelen. Ze probeerde Lennarts aandacht te vangen, maar die reageerde niet, haalde zijn schouders op en zei dat hij zin had in zijn eten.
Na het hoofdgerecht kwam bij hun tafel een man staan, die ze herkende als de zwetende receptionist die hen bij aankomst had verwelkomd. Iemand had hun auto aangereden op de parkeerplaats. Lennart zuchtte, stond op van tafel, zei dat hij hopelijk snel terug zou zijn.
-Als het te lang duurt, moet je gewoon al aan het toetje beginnen.
-Ik wacht wel. Hé, het is niet erg, als we er maar weer mee thuis kunnen komen.
Hij lachte met vermoeide mond naar haar, kuste haar op haar wang , liet bij het verlaten van de tafel zijn hand van haar schouder glijden.
Ze probeerde de zee te ruiken, observeerde de andere gastenwier gesprekken het gekletter van bestek op aardewerk niet overstemden, deed alsof ze twijfelde over de bodem Primitivo in Lennarts glas.
-Hij is zo terug, let maar op.
Hun buurman. Ze kon de titel van het boek lezen, dat hij open boven zijn bord hield. Tonio Kröger.
-Is dat handig eten? Ik zou alles op m’n schoot gooien. Op op het boek.
-Handig is het niet, maar ik ben het gewend.
-Hoe weet je trouwens dat hij zo terugkomt, heb je ervaringen met aanrijdingen?
-Wellicht, maar daar zou ik je nu niets over vertellen. Ik probeerde je alleen gerust te stellen.
-Sorry dat ik je aan iets vervelends heb laten denken.
-Dat kon je niet weten.
-Had jij nou ook de gramigna?
-Octopus is altijd een risico.
-Hij kon net.
-Eerlijk gezegd was ik meer met m’n boek bezig.
-Je moet het me maar vergeven, maar ik hoorde haar vragen of je vanavond alleen zou eten.
-Je bent werkelijk nieuwsgierig. Als ik eens het gesprek tussen jou en je man oprakelde, alles uitlichtte wat me opviel.
-Je hebt gelijk, maar ik ben toch nieuwsgierig.
Hij legde zijn boek neer, vouwde zijn servet, nam een slok uit zijn waterglas.
-Dit is mijn derde week hier. In de tweede week heeft er enkele dagen iemand tegenover me gezeten.
-Je vrouw?
-Iemand die ik hier had ontmoet. Ik ben niet getrouwd.
-Ik ook niet.
-Sorry?
-Niet m’n man. M’n vriend.
-Maar de vader.
-Nu ben je nieuwsgierig.
Voor haar buurman kon antwoorden verscheen Lennart weer bij de tafel. Blijkbaar had iemand last gehad van de duisternis op de parkeerplaats en was fors op hun auto ingereden. De chauffeur sprak geen Engels, maar gelukkig wilde de receptionist helpen met vertalen. Het ging hoe dan ook allemaal wat langer duren.
Hij draaide zich naar haar buurman.
-Laat ze u een beetje met rust?
-Uw vrouw is fijn gezelschap. Kan ik iets doen?
-Voor de auto? Dat is erg vriendelijk van u, maar zo min mogelijk mensen en accenten lijken me nu het meest constructief.
-Tot uw dienst.
Ze was blij dat ze Lennart weer zag vertrekken, voelde de opwinding die hoort bij een dwingende moedwilligheid, bij het laten verstrijken van termijnen of het breken van beloftes.
Gast na gast verliet het terras voor de kamer of een laatste wandeling in de meanderende tuin. De man had zijn stoel maar haar gedraaid en ze praatten, niet iets luider omdat hun conversatie de krappe afstand tussen hun tafels moest overbruggen, een open ruimte die voor nu nog intact gehouden werd. De herkenning was sterk, van een moment dat twee willekeurige mensen innemen alsof eerder een onherroepelijk afgesproken, de zinderende kracht ervan, de blijdschap en bevrijding. Ze praatten, over hun werk, over afkomst en over reizen, met gerichte, moeiteloze vragen bevestigden ze de juistheid van elkaars keuzes, het leeftijdsverschil maakte hem onverwacht en zijn woorden daardoor werkelijk, gemeend. Ze merkte dat hij haar opgezocht in haar verhalen en haar de ruimte liet om die van hem te betreden.
-Vind je het spannend?
-Ja. Ik vind ’t spannend.
-Vindt hij ’t spannend?
-Ik weet niet goed wat hij vindt. Hij is blij, dat merk ik. Ongeduldig ook. Was jij ook zo?
-Dat weet ik niet meer. Ik herinner me eenvoudige dingen.
-Had je iets anders verwacht?
-Het voelde eenvoudig. Misschien is primitief een beter woord.
Ik dacht niet zo ver na. Ik was met haar bezig. Ze beheerste me, ik was erg verliefd. Ik wilde haar borsten groter zien worden, haar buik. Dat wilde ik veroorzaken.
Ze schudde nee voor het nagerecht en hij deed hetzelfde. Niemand anders zat meer aan tafel. Ze stuurde Lennart een bericht dat ze nog even wilde wandelen, maar niet te lang, wellicht zou ze al slapen voordat hij weer op de kamer kwam. Daarna stond ze op, liet de hand toe die haar uit haar stoel hielp. Niets anders dan de donkere tuin kon nu volgen.
Zijn niet aflatende stem. Die haar van het terras leidde, haar tot de rand van het terrein bracht en het uitzicht op de zwarte zee met de verspreide sterrenlichten van verder onzichtbare schepen. Die haar arm richting de zijne lokte, tedere twijfelaars van hun vingers maakte. Die haar langs een ruisende haag deed lopen, langs krijtkleurige houten banken, die haar van het laatste schijnsel van hangende olielampen dreef. Die suste en plaagde, haar omringde in steeds kleiner wordende kringen. Ze zoenden, alles honger nu, doorweekte lippen en hongerige halen. Haar ogen hield ze gesloten tot ze het niet meer kon uitstaan en ze keek hem aan en zag dat ook hij zijn ogen open had. Hij observeerde haar, leek iets in haar te zoeken, ze hoopte dat haar blik het juiste vroeg. Ze sloot haar ogen weer, bejegende hem bijna boos, zijn tong moest zo veel van haar, ze verschoof een van zijn handen van haar heup naar haar borsten, wreef tot ze hem voelde grijpen.
Wie ze nu was, bleek ongemerkt verschenen. Een vrouw die de vingers van een vreemde man onder haar jurk bracht, op haar vulva richtte, een vrouw die zich niet meer verbeet zodra ze de verlossende druk op haar clitoris voelde.
Een hitte beving haar, ze bewoog haar bekken op de schokken die hij opwekte, probeerde niet te hijgen. Ze zocht en vond zijn erectie, kneep in de bedekte bolling, zijn kreun warmde haar hals. Toen ze zijn broek openritste, fluisterde hij dat dat niet hoefde te doen. Ze negeerde  zijn opmerking zonder deze te vergeten, voerde zijn pik door de open gulp naar buiten, ze wilde hem tergen, tot het uiterste afgunstig en geil krijgen, omdat ze dit voor hem zouden doen, maar hij haar overdreven lichaam verder niet mocht bezitten.
Nog even en ze zou verdwijnen onder zijn sidderende handen, opgaan in orgasme en ook hij leek dichtbij. Hij mocht niet stoppen nu. Niet stoppen.

Bij de receptie hadden ze één sleutel gekregen. Ze vreesde de klop op de deur, zijn verschijning die het vreemde zou straffen met het vertrouwde voortaan van het vreemde zou laten verliezen. Ze dacht aan dingen die een kind niet hoeft te begrijpen. Wreedheid, de dromen van ouders. Een terrasdeur stond open, ze kon de geluiden van buiten nog niet missen.
Haar bezwete dijen, de vale resten van weggedept zaad op haar jurk in de kast.
De klokken van de stad beneden sloegen het nieuwe uur, de zwakke galm landde in haar, ze werd zich sterk van haar menselijkheid  bewust. Voor beweging gecreëerd, tot afscheid gedwongen.
Daarna de klop.






Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Gerelateerde berichten

Type je zoekwoorden hierboven en druk op Enter om te zoeken. Druk ESC om te annuleren.

Terug naar boven